John Jansen Fotografie

Alles over homeopathie

Nieuwe ontwikkelingen in de homeopathie.

 

Sinds de jaren ’90 is het arsenaal homeopathische middelen uitgebreid van zo’n 300 middelen naar ca 6000 middelen. Mede door het gebruik van de computer, Jan Scholten (Utrecht) en Sankaran (India) hebben wij de middelen in handen gekregen om voor te schrijven op Rijk, groep uit dat Rijk en middel uit die groep. Bijvoorbeeld, op basis van kenmerken van die patiënt weten wij dat hij een middel nodig heeft uit het dierenrijk, zoogdier, katachtige, leeuw. Door uit te kunnen gaan van de groep en steeds verder te verfijnen kun je veel trefzekerder voorschrijven dan wanneer je voorschrijft op louter onsamenhangende kenmerken van een middel.

Jan Scholten:
In de jaren ’90 heeft Jan Scholten patiënten die hij behandeld heeft met een mineraal en die daar goed op gereageerd hebben naast elkaar gelegd. Hij is gaan kijken wat de overeenkomsten en verschillen waren in de levensthema’s van deze mensen.

Nieuwe ontwikkelingen

Zijn hypothese was dat dit systeem overeenkomsten vertoonde met de ontwikkelingsstadia van de mens. Wanneer iemand is blijven hangen in zijn ontwikkeling kun je hem/haar verder helpen door het betreffende element te geven in homeopathische verdunning. In de praktijk bleek dit goed te werken en in de loop der jaren is de kennis van minder en niet bekende middelen hierdoor enorm toegenomen.

Waterstof en Helium, de bovenste 2 elementen op de 1e horizontale lijn hebben te maken met het “zijn”. Helium “is” er wel maar alleen in zijn eigen wereldje, hij heeft geen contact met de buitenwereld. Dit kan een goed middel zijn voor autisten.

De tweede horizontale lijn ( koolstofreeks) van Li(thium) t/m Ne(on) representeren het proces van de geboorte en hebben te maken met het scheiden van de moeder. Hoe meer het element links in het systeem staat, hoe angstiger de persoon is om op zichzelf te staan. Lithium past bijvoorbeeld bij de situatie van de te vroeg geborene. Hij is eigenlijk nog niet klaar voor de harde wereld en wordt zomaar uit de warme baarmoeder gegooid. Paniek dus, wat bij de hele 2e rij hoort. Paniekstoornissen zitten vaak in deze reeks. Hoe meer naar rechts in het systeem, hoe meer de persoon klaar zou moeten zijn om zelf te (kunnen) leven. De voedselvoorziening in de baarmoeder komt in het gedrang dus hij moet er wel uit. B(oron) past bij het stadium van de ontsluiting. De bodem zakt onder je weg en je dreigt uit de baarmoeder te vallen. Boron mensen hebben daarom vaak iets met neergaande bewegingen, dat roept angst op. N(itrogenium), stikstof, past bij de uitdrijving. De foetus zit klem en moet maken dat hij eruit komt. Mensen die stikstof of een verbinding daarvan nodig hebben krijgen het over het algemeen benauwd in kleine ruimtes.

De 3e horizontale rij (Siliciumreeks) heeft te maken met zorg van de ouders en de ontwikkeling van de identiteit. Na(trium) heeft nog geen eigen identiteit en is daarvoor volledig afhankelijk van een ander. Zoals een baby in de wieg afhankelijk is van de moeder. In Magnesium (Mg) is de relatie zo instabiel dat hij het gevoel is zich niets te kunnen permitteren. Te allen tijde zal hij daarom proberen de lieve vrede te bewaren. Een goed voorbeeld van deze situatie is die van het weeskind. Aangezien hij alleen niet kan overleven moet hij zich dingen laten welgevallen anders wordt hij weggestuurd. Al(uminium) past bij de situatie van het schoolkind dat bepaalde dingen niet wil maar waarvan hij weet dat zijn ouders willen dat hij dit doet. Er ontstaat dan een conflict waarbij het kind op een gegeven moment niet meer weet of hij iets doet omdat hij het zelf graag wil of omdat zijn ouders het van hem eisen. De hele 3e rij is de periode van de wieg tot het einde van de opleiding.

De 4e horizontale rij (ijzerreeks)heeft te maken met het bereiken van huisje-boompje-beestje. Met alle taken en onzekerheden die daarbij horen. Ook de gevoeligheid van oordelen en veroordelen van de omgeving hoort hierbij. Dus, iemand die een middel nodig heeft uit de 4e rij kan zelfstandig leven, heeft een identiteit, weet wie hij is en is nu bezig om zich een plaats in de maatschappij te verwerven. Gevoelige thema’s hierin zijn geld, regels, werk, de wet, etc. Hoe meer het element naar links staat, hoe onzekerder de persoon is. Scandium (Sc) weet nog niet welke taak er bij hem past en begint aan alles maar maakt niets af. Ti(tanium) ziet als een berg op tegen zijn taken en kan maar niet beginnen want je weet maar nooit wat je tegen komt. V(anadium), het 5e element van de 4e rij is wel begonnen maar ziet ineens beren op de weg en weet niet meer hoe hij verder moet. Tot en met het tiende element wordt er iets opgebouwd en de persoon wordt steeds zekerder, daarna moet hij zien te houden wat hij heeft en na de 13e kolom begint hij capaciteiten kwijt te raken. Ars(enicum), het 15e element (15e verticale kolom) is voor zijn gevoel alles al kwijt en moet heel zuinig leven.

De 5e horizontale rij (zilverreeks) heeft te maken met performance. Het willen schitteren voor publiek of iets nieuws neerzetten. Hieronder vallen de musici, toneelspelers, professionele sporters en wetenschappers. Het steeds ziek worden voordat je een voorstelling moet geven bijvoorbeeld kan hierin passen. Je bent er helemaal klaar voor en op het laatste moment moet je afhaken, kolom 9, Rh(odium).

De 6e horizontale rij (goudreeks), heeft te maken met verantwoording ( voor een ander) nemen en macht. Een subgroep hiervan zijn de Lanthaniden, tussen Barium en Hafnium. Zij willen niet de leiding over een ander maar wel over zichzelf. Bij deze mensen spelen problemen in de autonomie. Zij willen zelf over hun leven bepalen maar durven dat (nog) niet of kunnen dat niet omdat ze het gevoel hebben dat het ze ontnomen wordt. Auto-immuun ziektes vallen vaak in deze reeks. Het afweer systeem gaat een eigen leven leiden (wordt autonoom) en begint eigen weefsels af te breken.

De 7e horizontale rij, de actiniden, zijn radioactieve stoffen. Zij hebben iets met verval, uit elkaar vallen.

De horizontale rijen bevatten vanaf de 4e rij 18 elementen, oftewel, er zijn 18 verticale kolommen. Kolom 10 is altijd de top. De persoon heeft het idee dat hij het kan, hetgeen niet waar hoeft te zijn. Daar zit dan het probleem. Hij staat voor zijn gevoel aan de top maar kan daar niet meer soepel mee omgaan. En je kunt nu eenmaal niet altijd de beste zijn. Alle elementen voor de 10e kolom moeten de top nog bereiken, de elementen erna gaan hun positie kwijt raken. Er komen kapers op de kust, je moet krampachtig alle zeilen bijzetten (12e kolom), raakt een deeltje kwijt en moet je terug trekken (13), bent het eigenlijk al kwijt maar probeert voor de buitenwereld de schijn nog op te houden (14), Probeert te redden wat er nog te redden valt (15), je bent alles al kwijt dus “laat maar zitten” (16).

Alle horizontale reeksen geven het thema aan waar de problemen zitten, de kolommen in hoe de mensen met dit thema omgaan.

Je kunt het ook nog anders indelen:
Helium reeks : Conceptie
Koolstof reeks: Baarmoeder
Siliciumreeks: Gezin
IJzerreeks: Dorp/Werkvloer
Zilverreeks: Provincie/ Middel management
Goudreeks: Koninkrijk/Leiderschap

Met al deze thema’s kun je eindeloos spelen.

Sankaran:

Begin jaren 90 schreef Sankaran de situationele Materia Medica. Iedereen leeft vanuit zijn eigen perspectief, de bril waardoor hij de wereld bekijkt. Als ik u vraag hoe vaak u Lelijke Eendjes op de weg ziet rijden zegt u waarschijnlijk “ bijna nooit”. Als u er zelf één heeft aangeschaft omdat u hem zo leuk vindt en ik stel u dezelfde vraag dan antwoordt u waarschijnlijk met “regelmatig”. Beiden hebben gelijk. Als je focus niet ligt op de Lelijke Eend dan zie je ze ook bijna nooit. Zo gaat dat ook met problemen. Als je focus daar niet ligt zie je ze vaak niet, ligt je focus ( gevoeligheid) ergens wel, dan zul je er niet alleen vaker tegenaan lopen maar je zult het ook uitvergroten. Sankaran noemde dit de “Central Delusion”, de centrale misvatting van waaruit je het leven bekijkt, de gekleurde bril.

Voorbeeld: Stel, je wordt door een tijger achterna gezeten. Dan moet je rennen voor je leven om niet opgevreten te worden. Je hartslag gaat omhoog, je bloeddruk, er gaat extra bloed naar de spieren, je hele lichaam is paraat om te vluchten. In dit geval zijn alle beschreven reacties adequaat. Er zijn echter mensen die deze reacties al vertonen bij het zien van de poedel van de buren (delusion: een poedel is even gevaarlijk als een tijger). Aconitum kan bij deze mensen de angst weer tot normale proporties terug brengen.

Halverwege de jaren 90 ontdekte Sankaran dat wanneer je iemand heel ver doorvraagt ( bijna “doorzaagt”) over zijn klacht, dan schiet de woordenschat op een gegeven moment tekort. De patiënt begint te gebaren om nog verdere uitleg te kunnen geven. Wanneer woorden ondersteund worden met telkens dezelfde gebaren weet je dat die betreffende woorden belangrijk zijn voor de keuze van het homeopatische middel.

Grofweg kun je homeopathische middelen indelen in 3 hoofd “Rijken” waarvan ze gemaakt zijn. Dit kan zijn plant, dier of mineraal ( Bijv, Ignatia, plant, Lachesis, dier/slang, aurum, mineraal/goud).

Mensen die een plantenmiddel nodig hebben, hebben heel andere thema’s dan mensen die een dierenmiddel nodig hebben. Zij hebben een andere “bril” waardoor zij naar de werkelijkheid kijken, of nog beter gezegd, hoe ze de werkelijkheid beleven. Aan de hand van de gebaren in combinatie met het verhaal kun je al een onderscheid maken tussen iemand die een plant, dier of mineraal nodig heeft. Door deze methode toe te passen kun je veel dieper voorschrijven.

Volgens Sankaran heeft iedereen 2 soorten energie door zijn lichaam stromen. De ene is de menselijke energie, die is bij iedereen hetzelfde. Als deze energie stroomt, verlopen alle processen goed. Je voelt niet dat je een maag hebt, niets in het lichaam vraagt aandacht. De tweede vorm van energie is er één die afkomstig is van iets uit de natuur. Dit kan zijn van een plant, dier of mineraal ( het “Rijk”). Die tweede vorm maakt dat je anders bent dan je buurman. Als je deze 2 energieën voor het gemak je voorstelt als melodietjes, dan heeft iedereen hetzelfde melodietje als basis met er doorheen een melodietje dat specifiek is voor die persoon. Wanneer alles in balans is zal het tweede melodietje wel hoorbaar zijn maar niet het menselijke melodietje overstemmen. Gebeurt dit wel, dan kan de menselijke energie niet meer goed stromen en krijg je klachten.

Het is nu de kunst om bij de patiënt dit tweede melodietje te analyseren en als homeopathisch middel te geven. Symptomen die naar dit melodietje wijzen zijn de symptomen die apart zijn in het verhaal, de beleving van de patiënt. Bijvoorbeeld, iedereen kan in een situatie terecht komen waarin hem onrecht is aangedaan. Onrecht is algemeen.

Dierenrijk:
Iemand die een middel uit het dierenrijk nodig heeft kan de situatie verwoorden als: Ik voel me gekleineerd, gepasseerd. Ik kan er niet tegen vechten. Kenmerkend voor een dierenmiddel is dat hem altijd iets is aangedaan door een ander. Er is een dader en een slachtoffer in het verhaal. Er is vaak iets van rivaliteit, territorium en strijd om het bestaan.

Plantenrijk:
Middel uit het plantenrijk: Ik voel me gekwetst, het is als een stomp in mijn maag, alsof ik bont en blauw geslagen ben. Kenmerkend voor een plantenmiddel is dat een prikkel altijd een zelfde soort reactie of gevoel uitlokt. Bij een composiet ( de plantengroep waartoe Arnica ook behoort) heeft dit altijd met een gevoel van trauma/kwetsing te maken.

Mineralenrijk:
Middel uit het mineralenrijk: Het maakt me onzeker, mijn hele toekomst, alles wat ik heb opgebouwd brokkelt af. Kenmerkend voor een mineraal is dat de patiënt altijd iets mist/ te kort komt om optimaal te kunnen functioneren ( zie bovenstaand stuk over Jan Scholten).

Eigenlijk zijn er geen 3 maar 5 Rijken om het lekker simpel te houden. Behalve plant, dier en mineraal zijn er ook nog de Nosoden en Imponderables.

Nosoden:
Nosoden zijn gemaakt van ziek weefsel, bacteriën en virussen. Als iemand zegt dat hij nooit meer de oude geworden is na de ziekte van Pfeiffer kun je hem een middel geven dat gemaakt is van een speeksel van een pfeiffer patiënt of het Ebstein Barr virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt. Wanneer je dat doet kun energetisch terug naar het moment waarop iemand de ziekte van Pfeiffer opliep. Je behandelt/versterkt daarbij echter niet de kern van de persoon. Soms blijkt iemand tot het “Rijk” van de nosoden te horen. Je vindt dan in het verhaal niet duidelijk kenmerken van een plant, dier of mineraal maar je hoort bijv. dat de patiënt continu controle probeert te houden over chaos. Hij is perfectionistisch op elk gebied. Controle, controle, controle, zonder dat er een gevoel op volgt als zaken niet perfect lopen. Dit duidt op het middel Carcinosinum, een middel dat gemaakt is van verschillende tumoren ( uiteraard is dit zo verdund dat daar geen tumor weefsel meer in zit).

Controle is overigens een heel algemeen woord, het gaat erom wat je wilt “controleren”, oftewel voorkomen. Welk gevoel krijgt de patiënt als hij de controle kwijt is, dat wijst naar het middel.

Imponderables:
Letterlijk: kan niet geschat/beoordeeld worden. In de homeopathie gebruiken we deze term voor middelen die gemaakt zijn van diverse soorten straling, licht, magnetisme etc. Het is geen stof maar een vorm van energie. Uiteindelijk is materie ook energie maar dan gecondenseerd. Voorbeelden van deze middelen zijn: Mobile phone , Magnetron, X-ray, Electricitas, Magnetus polis australis ( zuidpool van een magneet). Water wordt aan de betreffende vorm van energie blootgesteld en vervolgens gepotentieerd. Het klinkt wat wazig maar deze middelen kunnen echt heel goed werken. X-ray werkt bijvoorbeeld erg goed tegen huidverbrandingen na bestraling bij kanker of zelfs ter voorkoming daarvan. Electricitas heb ik wel eens met heel goed resultaat voorgeschreven aan iemand die pijnen had overgehouden aan een blikseminslag die hij had overleefd. Vaak geven we deze middelen een beetje op dezelfde manier als de nosoden. Vaak als klachten van/ nooit meer de oude na……( onder stroom staan, straling, wonen dichtbij een UMTS mast). Je kunt ze ook inzetten als “Rijk”. Ik herinner mij een casus van een Engelse collega die een patiënt had die je het gevoel gaf dat hij dwars door je heen keek. Hij “doorzag” ook heel veel. Deze man werd klachten vrij op het middel X-ray ( röntgen straling).

Bombay methode:
Wanneer uit het verhaal duidelijk is geworden uit wel “ Rijk” het middel moet komen wat bij de patiënt past moeten we vervolgens verder differentiëren. Stel het moet een dierenmiddel zijn, dan kunnen we aan de hand van de thema’s kijken waar we in het dierenrijk moeten zijn. Zoogdieren, reptielen, vogels, insecten hebben allemaal hun eigen kenmerken en klachtenpatronen. De homeopathische middelen zijn gemaakt van bepaalde delen/uitscheidingen van het dier. Dit kan zijn bloed, melk ( bijv. hondenmelk, dolfijnenmelk), haren, gif (van een slang) of het hele insect. Eerst wordt dit verwreven met melksuiker in een vijzel totdat de deeltjes klein genoeg zijn om opgelost te worden waarna de oplossing wordt gepotentiëerd.

Planten uit dezelfde orde hebben dezelfde sensatie, bijvoorbeeld, irritatie, wil met rust gelaten worden ( Violales), Pijn alsof de zenuwen bloot liggen ( Ranonkels) etc.
Net als in het periodiek systeem kun je deze planten indelen in stadia hoe zij met het probleem omgaan. De 18 stadia van Jan Scholten zijn hierop toepasbaar maar Sankaran doet dit anders. Hij heeft minder stadia, geen 18 maar 10 en hij noemt ze Miasma’s. Wanneer iemand voortdurend heel erg zijn best doet om de controle te bewaren in een bepaalde situatie is dat het Cancer miasma. Bijvoorbeeld, je ziet een patiënt iedere keer haar uiterste best doen om de tranen die heel hoog zitten weg te slikken, ze houdt haar emoties uit alle macht onder controle omdat ze het gevoel heeft dat ze anders in stukjes uit elkaar zal vallen. Dit is het cancer miasma van de plantengroep Loganiaceae, het middel dat daar bij past is Ignatia. Dus, als je weet dat de patiënt een middel nodig heeft uit de plantengroep, je weet de sensatie ( shock, uit elkaar vallen) en je weet hoe de patiënt met die sensatie omgaat bijv. acute paniek (acute miasma), accepteren (sycotisch miasma), controleren ( cancer miasma), dan weet je uit welke plantenorde en welk stadium/miasma je de plant moet geven. Een deel van de plantenfamilies zijn op deze manier in kaart gebracht maar het systeem is nog lang niet compleet.

Voor het mineralen rijk gebruiken we de denkbeelden van Jan Scholten met zijn 7 rijen en 18 stadia, Sankaran heeft er hier en daar wat aan toegevoegd.

De Bombay methode is eigenlijk een soort van stroomdiagram die je de weg wijst naar het middel. Je gaat van Rijk naar groep/familie naar subgroep ( bijv. Dierenrijk, zoogdieren, katachtigen, leeuwinnenmelk ( Lac Leonis). Dit klinkt heel simpel maar is het helaas (nog) niet. Het hele systeem werkt fantastisch maar is niet alleen nog niet compleet in kaart gebracht maar zit ook vol valkuilen. Het heeft mij al wel geholpen om mensen te helpen die overal al waren vastgelopen en waar ik zelf ook niet uit kwam.

Omdat je zover door moet vragen dat de patiënt het eigenlijk niet meer kan benoemen en gaat gebaren is dit vaak niet zo prettig om te ondergaan. Wat je hiermee eigenlijk doet is iemands’ computer zodanig crashen dat hij geen sociaal wenselijke antwoorden meer kan geven. Het onderbewuste van de patiënt gaat spreken en hij heeft soms het gevoel dat hij wartaal uit begint te slaan. Vaak zie je dan een verontschuldigend lachje, “ ik weet het niet meer”. Als homeopaat weet je dan dat je op het “sensatie” niveau beland bent. Sommige patiënten raken heftig geïrriteerd door deze manier van vragen en ik doe dat dan ook niet onaangekondigd en met enige uitleg.

The Vital Approach
The Vital Approach van Anne Vervarcke uit België is een wat elegantere/subtielere methode. Hij is wel gebaseerd op de Bombay methode maar drijft niet zover door de diepte in. De kunst is meer om je vragen zo algemeen mogelijk te houden en te kijken waar de patiënt je spontaan heen leidt. Daarbij goed opletten op terugkerende woorden en gebaren.

Bij alle methoden is de manier van vragen stellen het belangrijkst. Je moet dit echt leren. Vooral wat je niet moet vragen om niet verzand te raken in informatie waar je niets mee kunt omdat het gewoon menselijk is. Volg de handgebaren en de woorden die door het hele verhaal meerdere keren gebruikt worden, vooral wanneer het buiten de context valt want dan maakt het onderdeel uit van het “2e melodietje” , de niet-menselijke energie.