Hoe moet een homeopathisch middel worden ingenomen?
De dosering van een homeopathisch middel hangt af van de potentie en van de aard van de klacht.
In het algemeen geldt:
hoe lager de potentie, hoe vaker het middel herhaald moet worden.
Dosering van lagere potenties
D6
Een D6-potentie wordt meestal:
- 3 tot 4 keer per dag ingenomen
Een dosis voor volwassenen is doorgaans:
- 2 à 3 granules (korrels)
- 1 à 2 tabletten
- of 10 druppels
Voor kinderen gelden meestal lagere doseringen:
- 0–6 jaar: 1 granule, 1 tablet of 2–5 druppels
- 6–12 jaar: 2 granules of 1–2 tabletten
D12 en D30
- D12: meestal 2 keer per dag
- D30: meestal 1 keer per dag
Hogere potenties
Bij hogere potenties verschillen homeopaten soms in hun aanpak.
Binnen de klassieke homeopathie wordt vaak gewerkt volgens het principe:
alleen herhalen wanneer de verbetering stopt of de klachten terugkomen.
Het middel wordt dan soms slechts éénmalig ingenomen.
Hoe verloopt een reactie?
Na inname kan het volgende gebeuren:
- soms eerst een tijdelijke verergering
- daarna verbetering van energie en klachten
- na verloop van tijd stabilisatie
- later eventueel weer lichte terugval
Wanneer het middel op dat moment wordt herhaald en het middel goed past, kan verdere verbetering optreden.
Sneller herhalen of afwachten?
Een middel kan soms ook al herhaald worden zodra de verbetering stagneert. Dat kan sneller resultaat geven, maar brengt ook iets meer risico met zich mee wanneer het middel toch niet helemaal passend blijkt te zijn.
Daarom wordt vaak samen gekeken:
- willen we sneller resultaat?
- of kiezen we voor een rustiger en voorzichtiger verloop?
Algemene richtlijnen hogere potenties
Globaal worden soms de volgende intervallen aangehouden:
- 200K → ongeveer na 2 weken herhalen
- MK → ongeveer na 1 maand
- XMK → ongeveer na 6 weken
Wanneer een middel echt goed past, blijkt in de praktijk dat zelfs een per ongeluk te vaak ingenomen dosis meestal geen grote problemen geeft.
Acute klachten
Bij acute klachten wordt een middel vaak anders gebruikt dan bij chronische klachten.
Dan kan het middel worden opgelost in een flesje water. Hiervan wordt afhankelijk van de ernst van de klacht regelmatig een lepel ingenomen, waarbij het flesje vóór iedere inname kort krachtig geschud wordt.
Bijvoorbeeld:
- dag 1: 6 keer
- dag 2: 3 keer
- dag 3: 1 keer
De frequentie neemt meestal af naarmate de klachten verbeteren.
Niet iedere homeopaat werkt precies op dezelfde manier.
Homeopathie en koffie
Vaak hoor je dat koffie niet samen zou gaan met homeopathie. Dat advies stamt nog uit de tijd van Samuel Hahnemann.
In de praktijk blijkt dat een goed passend middel meestal prima blijft werken, zelfs wanneer iemand koffie drinkt.
Wel kan het zijn dat:
- veel koffie
- pepermunt
- sterke kruiden
- bepaalde tandpasta’s
- de reactie iets kunnen verminderen wanneer een middel niet volledig passend is.
In de praktijk levert dit meestal weinig problemen op.
Voeding en gevoeligheden
Sommige klachten kunnen samenhangen met voeding. Het gaat daarbij niet altijd om een echte allergie, maar vaker om een intolerantie of gevoeligheid.
Kenmerken kunnen zijn:
- sterke trek in bepaalde voedingsmiddelen
- juist een sterke afkeer
- wisselende reacties afhankelijk van stress of vermoeidheid
Vaak gaat het niet om één voedingsmiddel, maar om een optelsom van meerdere voedingsmiddelen op één dag.
Dat maakt het soms lastig om voeding direct aan klachten te koppelen.
Binnen de homeopathische visie kan een goed passend middel ervoor zorgen dat het lichaam minder gevoelig reageert op bepaalde voedingsmiddelen.